Vaccineren of Titeren

maak een verstandige keuze

Vacci-check of vaccineren


Bij Diergeneeskundig Centrum Winterswijk wordt gevaccineerd op maat. Dat wil zeggen dat wij samen met u kijken naar wat het beste is voor uw huisdier.

Dat kan zijn vaccineren, maar kan ook zijn titreren.

Wel of niet vaccineren, de feiten.

Uit onderzoek is inmiddels bekend dat we honden en katten niet meer jaarlijks hoeven te vaccineren tegen een aantal belangrijke infectieziekten. Het betreft een deel van de zogenaamde core vaccins die, volgens de laatste richtlijnen van de WSAVA (World Small Animal Veterinary Association), de AAHA (American Animal Hospital Association) en ABCD (Advisory Board on Cat Diseases), onafhankelijk van de omstandigheden en geografische locatie toegediend dienen te worden aan alle dieren.

Volgens de richtlijnen bestaan de core vaccins bij de hond uit: parvo (Canine Parvovirus, CPV), hondenziekte (Canine Distempervirus, CDV) en hepatitis of HCC (Canine Adenovirus, CAV). In Nederland wordt leptospirose ook als een core vaccin beschouwd.

Daarnaast zijn er in Nederland een aantal non-core vaccinaties, hieronder vallen de Bordetella bronchiseptica en de Ziekte van Lyme. Deze non-core vaccinaties dienen meestal jaarlijks herhaald te worden  en worden als vaccinatie-op-maat toegediend.

Vaccinatierichtlijnen

De WSAVA-AAHA richtlijnen starten met vaccineren bij pups op 6 tot 8 weken leeftijd, met herhaling iedere 2 tot 4 weken, tot de leeftijd van 14-16 weken. Op een leeftijd van 6 tot 12 maanden wordt een boostervaccinatie gegeven. Deze vaccinaties, inclusief deze laatste booster, worden samen beschouwd als ‘de volledige basisvaccinatie’. De in Nederland tot nu toe meest gehanteerde schema’s voor core vaccins van de hond wijken daar in details van af en staan hieronder weergegeven.

Vaccinatierichtlijnen hond: core vaccins

Leeftijd Parvovirus Distempervirus Adenovirus Leptospirose Opmerking
6 weken X X X    
8-9 weken X X X X  
12 weken X X X X  
16 weken X X X    
26-52 weken X X X X  
2 jaar       X Leptospirose jaarlijks
3 jaar       X  
4 jaar X X X X Driejaarlijks
ZWART = Tot nu toe meest gehanteerde schema in Nederland. Vaccinatie op 16 weken niet standaard, maar wel aanbevolen indien hoger risico op infectie (in asiel, pension of kennel) of verwachte hoge maternale antilichaamstiters.
ROOD = Vaccinaties die volgens WSAVA-AAHA richtlijnen aan dit schema worden toegevoegd
Opm: Leptospirose behoort volgens WSAVA-AAHA, in tegenstelling tot het Nederlandse schema, niet tot de core-vaccins.
WSAVA: indien eerste vaccinatie op 6 of 7 weken gegeven, dan 4 vaccinaties met alle componenten (Parvo, Distemper en Adenovirus) tot leeftijd van 16 weken. Indien eerste op 8-9 weken dan 3 vaccinaties met deze componenten tot leeftijd van 16 weken.

Beschermingsduur na vaccinatie

Uit bovenstaand schema blijkt dat voor bepaalde valenties een beschermingsduur van 3 jaar kan worden aangenomen. Echter, uit verder onderzoek naar de Duration of Immunity (DOI) blijkt dat een veel langere periode ook mogelijk is, dit is zeker het geval wanneer geënt wordt met levende vaccins tegen distemper, hepatitis en parvo. Daarbij moet tevens bedacht worden dat een afwezige of verlaagde antilichaamtiter niet altijd betekent dat er geen of onvoldoende immuniteit is; ook mogelijk aanwezige celgebonden (cytotoxische) afweer is van belang voor bescherming tegen virale infecties. Daarnaast worden na vaccinatie geheugencellen geactiveerd die weer snel antilichamen kunnen gaan produceren indien een infectie optreedt.

Men kan zich daarom afvragen of hervaccinatie na drie jaar wel voor alle honden nodig is (met uitzondering van leptospirose en kennelhoest). Bijwerkingen aangaande vaccinaties bedragen samen 0,004% bij gevaccineerde honden. Bijwerkingen komen dus zelden voor.  Minder vaccineren is prima, mits dat verantwoord is en de bescherming van het individu en de populatie gewaarborgd blijft. Aangezien er individuele variatie in de mate van immuunrespons bestaat, wordt hervaccinatie om de 3 jaar bij onvoldoende afweer geadviseerd om de bescherming op populatieniveau optimaal te houden.

De waarde van titerbepalingen

Voor het individuele dier kan men eventueel nagaan of hervaccinatie nodig is door een serologisch bloedonderzoek uit te voeren. Er is voor Parvo, Hepatits en Hondeziekte een correlatie tussen de aanwezigheid van neutraliserende antilichamen en beschermende immuniteit.  Ook kan een serologische test van waarde zijn bij het inschatten van de noodzaak tot vaccinatie bij een dier met onbekende vaccinatiehistorie of bij een dier wat snel bijwerkingen vertoont.

Het probleem dat daarbij wordt gesignaleerd, is dat de hoogte van de titer (kwantitatief of semi-kwantitatief bepaald) slechts een momentopname is en geen maat is voor de beschermingsduur.

Wanneer hertesten?

Er kan dus geen harde garantie worden gegeven over de beschermingsduur na een positieve titer. Met de testen die in de kliniek worden gebruikt kan worden vastgesteld of er nog voldoende immuniteit is op moment van hervaccinatie. De testen zijn niet bedoeld om een exact vaccinatie interval te bepalen. De WSAVA Richtlijn geeft momenteel echter aan dat bij volwassen gevaccineerde dieren met een aangetoonde voldoende bescherming door serologisch onderzoek de test pas na drie jaar weer herhaald hoeft te worden.

Het gebruik van serologische testen bij jonge pups, om vast te stellen wanneer de maternale antilichamen zijn verdwenen met als doel een optimaal vaccinatietijdstip te bepalen, is mogelijk maar heeft nadelen. Door de sterke individuele variatie dienen alle dieren in een nest iedere 2-3 weken getest te worden met de beschikbare sneltesten. Daarbij kan men overwegen of dit praktisch is omdat het nadelig kan zijn voor het welzijn van de dieren door het vele bloedprikken. Bovendien kan het risico op infecties toenemen omdat dieren mogelijk langer dan noodzakelijk in een fase van onvoldoende immuniteit verblijven (immunity gap).

  • Er is nog onvoldoende informatie over de beschermingsduur van pups die alleen de pupentingen tot 12 of 16 weken hebben gekregen en bij testen op 1 jarige leeftijd (moment van hervaccinatie) nog voldoende hoge titers hebben.  Daarom is het advies om deze honden jaarlijks te hertesten.
  • Indien er wel een boostervaccinatie tussen de 6 en 12 maanden is gegeven, is 3-jaarlijks hertesten mogelijk op het tijdstip van de hervaccinatie. De on-site test is bedoeld voor het vaststellen van een voldoende bescherming op tijdstip van beoogde hervaccinatie en niet voor het bepalen van een vaccinatie interval.
  • Aangezien bij honden antilichamen langer persisteren dan 3 jaar, kan een tweede termijn van 3 jaar worden gehanteerd voor hertesten. Een derde periode van 3 jaar is vooralsnog door het ontbreken van evidence-based gegevens uit veldstudies niet te verantwoorden en kan risico’s met zich meebrengen voor de groepsimmuniteit. Een jaarlijkse titerbepaling is dan het advies.
  • Jaarlijks titerbepaling  is ook te overwegen bij dieren ouder dan 10 jaar in verband met mogelijke verminderde activiteit van het afweersysteem.

 

 

Dit is ons advies

  • Wij adviseren pups een goede basisvaccinatie te geven. (6-9-12 weken en 1 jaar)
  • Wij adviseren op 4-jarige leeftijd te vaccineren met DHP of de vaccicheck uit te laten voeren.
  • Heeft uw hond een goede basisvaccinatie gehad als pup en geeft de serologische test op 4-jarige leeftijd aan dat hij voldoende afweer heeft, dan wordt er een beschermingsduur van 3 jaar aangehouden. Na een positieve test van deze hond op 7 jarige leeftijd wordt een beschermingsduur van 1 jaar aangehouden.
  • Heeft uw hond als pup wel op 6-9-12 weken een vaccinatie gekregen en wordt op 1 jarige leeftijd de vacci-check uitgevoerd en heeft uw hond nog voldoende afweer, dan wordt er een beschermingsduur van 1 jaar aangehouden.

 

Geef uw pup een goede start en laat hem goed vaccineren

Dierenartsen en assistentes Diergeneeskundig Centrum Winterswijk